1251. Aleid laat zich inmetselen in een kluis bij de kerk. In een tijd van ketters en kruistochten lijkt er niets belangrijker. Aleid slaapt, hoopt en luistert naar de vele mensen die langskomen. Ze eet, huilt en praat tussen haar vier muren. Tegelijkertijd probeert ze eelt op haar ziel te kweken en zichzelf te harden, want er is zo veel om spijt van te hebben en zo weinig dat helpt. Aleid doet haar best, maar ze kan het niet helpen dat ze zich toch steeds meer vragen stelt bij de God in wie ze gelooft en de dingen die in zijn naam gebeuren. En haar hart laat zich niet opsluiten achter de dikke stenen, hoe graag ze dat ook zou willen. Ze blijft denken aan Jacob. Aan de liefde die niet mocht zijn, maar daarom niet minder echt was. Aan wat gebeurd is en nooit meer teruggedraaid kan worden, of ze nu in deze kluis zit of niet. Wat doe je met de spijt die onvermijdelijk volgt na de zonde?
LEGENDE
Uitverkocht Verschijnt op In herdruk Leverbaar Nieuw boek